Nieuw. En al 300 jaar ervaring.

Patiënteninformatie

De behandeling van carpaal tunnelsyndroom (CTS)

Inhoud

Deze folder bevat algemene informatie over de oorzaken, klachten en behandeling van carpaal tunnelsyndroom. Het is bedoeld als aanvulling op het gesprek met uw arts. Algemene informatie kan niet compleet zijn en kan niet altijd recht doen aan iedere individuele situatie, per persoon kan de situatie net anders zijn dan hieronder beschreven.

Wat is een carpaal tunnelsyndroom?

Het carpaal tunnelsyndroom (CTS) is een verzameling van klachten die wordt veroorzaakt door een beknelling van de middelste armzenuw (de nervus medianus) in de carpale tunnel. Dit is een nauw kanaal gevormd door de polsbotjes aan de ene kant en een stevig peesblad aan de andere kant. Dit peesblad ligt tussen spieren van de duimmuis en de pinkmuis aan het begin van de handpalm. In de tunnel lopen de buigpezen van de vingers en de zenuw. Deze zenuw is de zachtste structuur en is daardoor het meest gevoelig voor druk.

Oorzaken

De carpale tunnel is nauw en de zenuw is erg gevoelig voor beknelling en verhoogde druk. De beknelling van de zenuw wordt meestal veroorzaakt door zwelling van het bindweefsel rond de pezen. Bij zwelling van het bindweefsel kunnen hormonen en leeftijd een rol spelen. Zo treedt het regelmatig op tijdens de zwangerschap en in de overgang. Ook kan het bindweefsel rond de pezen zwellen door reuma en forse overbelasting. Daarnaast kan de tunnel vernauwd zijn door standsafwijking na een polsbreuk. Het carpaletunnelsyndroom komt vaker voor bij vrouwen en bij mensen met suikerziekte (diabetes mellitus) en bijschildklierproblemen.

Klachten

De klachten bestaan onder ander uit gevoelloosheid en/of een tintelend gevoel in de hand en vingers. Meestal is dit ter plaatse van de palmzijde van de duim, de wijs- en middelvinger.

Pijn in hand met uitstraling naar de onderarm of schouder kan aanwezig zijn.  

Vaak treden de klachten ’s nachts op, maar ook overdag kunt u er last van hebben tijdens diverse bezigheden zoals fietsen, autorijden en computerwerk. Soms bemerkt u een minder zeker of onhandig gevoel bij het vastpakken van voorwerpen of heeft u de neiging om dingen te laten vallen.

In ernstige gevallen kan het gevoel permanent minder zijn en kunnen de spieren van de duimmuis langzaam in omvang afnemen waardoor de kracht bij het knijpen vermindert.

Behandelingen

Doel van de behandeling is om de druk op de zenuw te verminderen. Dit kan op verschillende manieren. Een operatie is niet altijd noodzakelijk. Soms kan worden afgewacht of de klachten vanzelf overgaan (bijvoorbeeld tijdens of na de zwangerschap). De behandeling hang o.a.  duur en de ernst van de klachten. 

Spalk voor de pols

Door het gebruik van een spalk, waarbij de pols in een gestrekte stand wordt gehouden, kan de druk op de zenuw worden verminderd. Het dragen van een spalk tijdens de nacht kan de klachten die de slaap verstoren, verminderen of voorkomen.

Corticosteroïd injectie


Met inspuiten van ontstekingsremmende medicijnen (corticosteroïden) in de carpale tunnel kan de zwelling rond de zenuw afnemen waardoor de klachten verminderen. Wel kan het de eerste dag na de injectie juist pijnlijker zijn en het effect van de infiltratie is vaak slechts tijdelijk.

Operatieve release van de carpale tunnel

Bij ernstige klachten of als andere behandelingen niet (meer) werken, kan een poliklinische operatie worden verricht om meer ruimte voor de zenuw te creëren. Dat gebeurt door het doorsnijden van het stevige peesblad dat de bovenkant van de tunnel vormt. Hierdoor wordt de ruimte in de tunnel vergroot en de druk op de zenuw verlaagd.

Operatieve behandeling

De operatie (de carpaal tunnel-release) wordt uitgevoerd onder plaatselijke verdoving en duurt ongeveer 15 minuten. Aan de handpalmzijde van de pols wordt in de huid een kleine snee gemaakt. Het onderliggende dwarse peesblad wordt doorgesneden, waardoor de carpale tunnel wijder wordt en de zenuw meer ruimte krijgt. Hierna wordt de huid gehecht.

Voorbereiding voor de operatie

  • Voorafgaand aan de operatie moeten bloed verdunnende medicijnen worden gestaakt; dit bespreekt u tijdens het polikliniekbezoek met uw arts.
  • U dient zich de dag van de operatie niet in te smeren met bodylotion of olie. U wordt verzocht om sieraden (ringen, armbanden) af te doen en thuis te laten.

Na de operatie, de nabehandeling

  • Na enkele uren is de verdoving uitgewerkt. U kunt dan paracetamol nemen tegen de napijn (maximaal 3 x 1000 mg per 24 uur), eventueel aangevuld met ibuprofen (maximaal 3 x 400 mg per 24 uur, lees voor gebruik de bijsluiter).
  • Na de operatie krijgt u een drukverband om de hand of een gipsspalk aangelegd, waarbij de vingers vrij blijven. Ook wordt de hand in een draagdoek (mitella) geplaatst om de kans op zwelling zoveel mogelijk te beperken. De mitella hoeft maar één dag gedragen te worden.
  • Het is goed als u de vingers al vroeg na de operatie begint te bewegen. Dit voorkomt dat ze stijf worden en het vermindert de zwelling.
  • Het drukverband mag u na 3 dagen zelf verwijderen en de wond douchen. Op de wond plakt u zo nodig een pleister. U doet hierna gedurende twee weken de elastische kous om de hand, die u na de operatie van ons meekrijgt. Indien u een gipsspalk heeft gekregen, wordt deze na 12-14 dagen verwijderd op de polikliniek.
  • Na 12 tot 14 dagen komt u terug op de polikliniek om de hechtingen te laten verwijderen. Een afspraak hiervoor krijgt u na de ingreep mee.
  • Tot 6 weken na de operatie wordt geadviseerd om niet zwaar te tillen en het stevig vastgrijpen te beperken.

Resultaat van de operatie, wat u kan verwachten

Na de operatie zijn de klachten van gevoelloosheid en tintelende gevoel in de vingers meestal snel verdwenen, maar soms duurt dit wat langer. Dit is onder andere afhankelijk van hoe lang en hoe ernstig de zenuw beklemd is geweest. Het litteken kan enkele maanden gevoelig blijven.

Omdat bij de operatie het strakke peesblad wordt doorgenomen, waarover de buigpezen lopen, kan het enkele maanden duren voordat de knijpkracht in de hand en de pols weer volledig terug is.

Mogelijke complicaties, wat zijn de risico’s

Zoals bij alle operaties kunnen complicaties als wondinfectie en nabloeding optreden. De kans is echter klein en ze kunnen vrijwel altijd goed worden behandeld. Het optreden van dystrofie ofwel CRPS (Chronisch Regionaal Pijn Syndroom) is zeldzaam. Vroegtijdige onderkenning en behandeling is belangrijk om functiestoornissen te voorkomen.

Letsel van pees of zenuw (of aftakking ervan) is uitermate zeldzaam. Een aftakking van de zenuw naar de duimmuis kan worden beschadigd. Meestal leidt dit niet tot merkbare verschijnselen, soms echter kan operatief herstel gewenst zijn

In uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat de klachten niet geheel verdwijnen of weer terugkomen. Een tweede operatie kan dan noodzakelijk zijn.

Tot slot

Voor meer informatie kunt u een afspraak maken op het RHOC Hand en Pols Centrum bij dr. R. Deijkers of dr. G. Kraan. U kunt een afspraak maken via nummer 079-206 5500.

Print deze folder

Contact

Let op

U kunt alleen bij ons Orthopedisch Centrum terecht met een doorverwijzing van uw huisarts of specialist.