Nieuw. En al 300 jaar ervaring.

Patiënteninformatie

Delier – Acuut optredende verwardheid

Inhoud

U, uw partner of iemand uit uw naaste omgeving, is opgenomen in het Orthopedisch centrum vanwege een operatie. Er blijkt sprake te zijn van een plotseling optredende verwardheid: een delier. In deze folder leest u wat er met de patiënt aan de hand is en wat u kunt doen.

Wat is een delier?

Het belangrijkste verschijnsel van een delier is de acute verwardheid van de patiënt. Meestal heeft de patiënt zelf niet door in de war te zijn, dat merkt vooral de directe omgeving van de patiënt.

Iemand met een delier gedraagt zich anders dan u gewend bent. De mate van verwardheid is het ene moment erger dan de andere. Een gesprek is moeilijk te voeren omdat de aandacht niet vastgehouden kan worden. Iemand met een delier verliest de greep op de werkelijkheid. Een delier is een tijdelijke vorm van verwardheid. Het wordt beïnvloed door de ernst van de aandoening en de conditie van de patiënt.

Oorzaken

Een acute verwardheid ontstaat altijd door lichamelijke factoren, bijvoorbeeld:

  • Een operatie
  • Ontstekingen en/of koorts, bijv. een luchtweginfectie of een blaasontsteking
  • Stoornissen in de stofwisseling of hormonen
  • Gebruik van medicijnen, bij. sterke pijnstillers
  • Ondervoeding
  • Uitdroging
  • Ziekten aan het hart of longen
  • Angst en te weinig slaap
  • Slechte visus of gehoor
  • ADL afhankelijkheid
  • In één keer stoppen met alcohol drinken en/of roken
  • Of eerder een delier heeft gehad

Deze oorzaken kunnen bijdragen aan het ontstaan of de verergering van een (acute) verwardheid.

Patiënten die ouder zijn dan 70 jaar hebben daarnaast een hoger risico om -vaak tijdelijke – verwardheid te ontwikkelen. Als de lichamelijke gesteldheid verbetert, neemt de verwardheid af.

Verschijnselen

Bij een delier kunnen zich één of meer van de volgende verschijnselen voordoen:

  • Moeilijk contact kunnen maken en onderhouden. Iemand met een delier is niet zo helder als normaal. Het lijkt alsof de dingen langs hem heen gaan in een soort dromerigheid.
  • Vergeetachtigheid. Het geheugen kan iemand in de steek laten. Dit betreft met name de dingen die kort geleden gebeurd/verteld zijn.
  • Angstig zijn, agressief gedrag of achterdocht vertonen. Dit gedrag kan ontstaan doordat iemand niet meer goed weet waar hij is en geen vat heeft op zichzelf en de omgeving. Iemand kan zich juist ook stilletjes terugtrekken.
  • Onrust, pukken aan de lakens, steeds uit bed willen stappen.
  • Geen tijdsbesef hebben en dag en nacht door elkaar halen.
  • Dingen zien of horen die er niet zijn (hallucinaties), bijv. beestjes of stemmen en geluiden. Voor de patiënt is het echt.

De verschijnselen zijn wisselend over de dag.

Meestal is het in de avond en de nacht, als het donker wordt, erger dan overdag.

Behandeling

De arts zal proberen zo snel mogelijk de oorzaken van het delier vast te stellen en deze behandelen. Daarnaast kan het zinvol zijn om medicijnen te geven om de verschijnselen van het delier te verminderen. Als de patiënt erg onrustig is, zoeken we naar mogelijkheden om de onrust te verminderen en het risico op bijvoorbeeld dat de patiënt uit bed valt en zich verwond, of het infuus lostrekt te voorkomen. Dit kan dan door de patiënt tijdelijk te fixeren (vast te maken), dit stellen we zo lang mogelijk uit. Valt onder vrijheidsbeperkende maatregelen, wat dit zijn, kunt u lezen in de folder ‘Vrijheidsbeperkende interventies’.

Wat kunt u als familie/naasten doen?

Uit onderzoek is gebleken dat de aanwezigheid van een vertrouwd persoon de onrust bij patiënten kan verminderen. Als er een hoog risico is op het ontwikkelen van een delier, kan de verpleegkundige u al bij voorbaat vragen of u meer aanwezig kunt zijn (of wie van de familie gebeld mag worden bij onrust). Dit kan ook buiten bezoektijden en in de nacht.

Aandachtspunten

  • Bezoek is belangrijk maar teveel personen, of een te lange bezoektijd in één keer, werkt vermoeiend en verwarrend.
  • Spreek rustig en in korte duidelijke zinnen
  • Komt u met meerdere personen op bezoek? Ga dan zoveel mogelijk aan één kant van het bed of stoel zitten zodat de patiënt zich op één punt kan richten.
  • Vertel aan de patiënt wie u bent, waarom u komt en herhaal dit zo nodig
  • Vertel de patiënt (zo mogelijk) waarvoor hij opgenomen is en in het orthopedisch centrum ligt.
  • Let erop dat de patiënt zo nodig zijn bril en /of gehoorapparaat gebruikt
  • Ga niet mee in de vreemde waanideeën of hallucinaties. Ga niet in discussie maar vertel de patiënt dat hij dingen ziet/hoort die er niet zijn omdat hij ziek is.
  • Blijf rustig en vriendelijk, ga niet in discussie
  • Probeer de patiënt te betrekken bij het hier en nu door de (buurt/stads) krant mee te nemen en er stukjes uit voor te lezen
  • Vertrouwde en herkenbare voorwerpen zoals een foto van thuis kunnen de patiënt rust geven

Beloop

Een delier duurt vaak een aantal dagen maar bij ernstig ziek zijn kan het weken of zelf maanden duren. De ernst hangt samen met het ziek zijn en de algehele toestand van de patiënt.

Tijdens de opname komt de Geriatrie verpleegkundige en de Geriater geregeld bij de patiënt langs om te kijken hoe het gaat, houdt contact met de verpleegkundige over het beloop en te praten met de patiënt. Als u een delier heeft, kunt u door de verwardheid zelf niet goed meer aangeven hoe het met u gaat. U kunt minder goed meehelpen met de behandeling of de revalidatie.

Een delier is kortom een vervelende aandoening die we samen met u graag willen voorkómen.

Nazorg

Een delier kan een heftige ervaring zijn voor zowel de patiënt als de naasten. Tijdens de opname staan verpleegkundigen voor u klaar om u daarbij te ondersteunen. Als u na ontslag nog vragen heeft of behoefte aan een gesprek over uw ervaring met een delier, dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Geriatrie van het LangeLand ziekenhuis: (079) 346 23 35.

Print deze folder

Contact

Let op

U kunt alleen bij ons Orthopedisch Centrum terecht met een doorverwijzing van uw huisarts of specialist.