Nieuw. En al 300 jaar ervaring.

Patiënteninformatie

Kijkoperatie (arthroscopie) aan de knie

Inhoud

Knieproblemen kunnen wij in een deel van de gevallen behandelen met een operatie die veel minder ingrijpend is dan vroeger. Deze operatie noemen we een arthroscopie of kijkoperatie. In deze informatie kunt u lezen wat deze ingreep precies inhoudt, hoe u zich hierop kunt voorbereiden en waar u rekening mee moet houden na de operatie.

Een arthroscopie

Delen van het kniegewricht kunnen door een ongeval of ziekte beschadigd raken. Voor een deel kunnen wij deze beschadigingen zien met lichamelijk onderzoek, röntgenfoto’s en MRI-onderzoek. Als dit niet goed mogelijk is, kan een kijkoperatie uitkomst bieden. Voor sommige aandoeningen om een precieze diagnose te stellen en meteen een behandeling uit te voeren.

Tijdens de kijkoperatie ziet de orthopedisch chirurg de gewrichtsvlakken (het kraakbeen) en de ‘weke delen’, zoals meniscus, slijmvlies en (kruis)banden. Zo ziet de orthopeed heel goed wat er aan de hand is.

Voordelen van de arthroscopie

Een kijkoperatie heeft enkele voordelen vergeleken met een zogeheten ‘open operatie’. Voor een kijkoperatie kunt u korter in het ziekenhuis blijven. In principe verrichten wij deze operatie in dagbehandeling. U komt dan ’s ochtends nuchter naar ons ziekenhuis en gaat aan het eind van de dag weer naar huis.

Nog een voordeel is dat de orthopedisch chirurg met slechts kleine wondjes het kniegewricht goed ziet. Meer dan bij de open operatie, terwijl daar een grotere wond voor nodig is. Bovendien herstellen de kleine wondjes sneller. Ook kunt u uw dagelijkse werkzaamheden meestal sneller weer oppakken. Bedenk wel dat iedere arthroscopische ingreep uniek is. Het tempo van herstel kan daardoor per persoon anders zijn.

Meest voorkomende beschadigingen

De meest voorkomende gewrichtsbeschadigingen zijn:

  • gescheurd of afwijkend kraakbeen;
  • een gescheurde meniscus;
  • gescheurde (kruis)banden;
  • losse bot- en/of kraakbeenstukjes;
  • ontstoken gewrichten door reuma of infectie.

De voorbereidingen op uw operatie

Op de polikliniek wordt u op de opnamelijst geplaatst en verwijzen u door naar het preoperatieve screeningspreekuur (POS). Daar onderzoekt de anesthesioloog u en bespreekt met u welke verdovingsmethode het beste is: algehele narcose of een ruggenprik.

Wij verzoeken u op de opnamedag elleboogkrukken mee te nemen. Deze kunt u verkrijgen bij de een thuiszorgwinkel. Natuurlijk kunt u deze ook lenen van familie of vrienden. Om u voor te bereiden op uw operatie gelden speciale regels die u moet opvolgen, zoals nuchter zijn. Als u zich niet aan deze instructies heeft gehouden, is het vaak nodig de operatie geen doorgang te laten vinden. Wij sturen u dan onverrichterzake naar huis. Als dit gebeurt, is dit voor uzelf en voor ons ziekenhuis erg vervelend.

Na uw gesprek met de orthopeed krijgt u twee afspraken om uw operatie voor te bereiden:

Uw operatiedatum wordt gepland door de afdeling operatieplanning. De datum hangt mede af van de wachtlijst. De operatieplanner geeft de datum schriftelijk aan u door, meestal enkele weken voor de operatie.

Als na de voorbereidende gesprekken uw gezondheid of medicijnen veranderen, wilt u dit dan voor opname doorgeven aan de operatieplanning? Dit geldt ook als u één of meerdere wondjes heeft, ziek bent of een infectie heeft.

Voorbereidingen voor opname

Wanneer u de datum van uw operatie weet, is het goed om thuis alvast enkele zaken voor te bereiden vóór uw opname.

Stoppen met roken

Stoppen met roken is voor alle operaties aan te raden. Het verlaagt de kans op wond- en botgenezingsstoornissen en daarmee ook de kans op een infectie. Het beste effect bereikt u als u twee tot drie maanden voor de ingreep stopt.

Welke hulpmiddelen heeft u nodig?

Wij verzoeken u op de opnamedag elleboogkrukken mee te nemen. Deze kunt u verkrijgen bij de een thuiszorgwinkel.

Uw opname

De opname vindt meestal plaats in dagbehandeling. Bij sommige arthroscopische operaties is een kortdurende ziekenhuisopname nodig.

De operatie

Bij een kijkoperatie maakt de orthopedisch chirurg één, twee of drie wondjes in uw huid ter grootte van 1 centimeter. Door de wondjes brengt de orthopedisch chirurg de arthroscoop, spoelvloeistof en instrumenten in het kniegewricht.

Een arthroscoop is een smalle buis van enkele millimeter doorsnede met een lens en een lichtkabel. Door deze kabel wordt licht geleid naar het uiteinde van de arthroscoop in uw knie. Via de lens verschijnt het beeld van het gewricht op een monitor die in de operatiekamer staat. Zo ziet en controleert de orthopedisch chirurg wat hij doet.

Door een tweede of derde wondje kan de orthopedisch chirurg verschillende soorten instrumenten inbrengen, zoals schaartjes en tasthaakjes (om een kapotte meniscus los te knippen) of paktangetjes (om losse stukjes kraakbeen te verwijderen). Ook wordt er vloeistof in het gewricht ingebracht om beter zicht te verkrijgen.

Het kan zijn dat de orthopeed aan het eind van de operatie de wondjes hecht of plakkertjes op de wondjes aanbrengt maar dat is niet altijd nodig. Na afloop kan er tijdelijk nog wat vocht uit de wondjes komen.

Na de operatie

Na de operatie krijgt u een drukverband om uw knie en gaat u naar de uitslaapkamer. Soms is het niet mogelijk om de beschadiging met een arthroscopie te behandelen en moet er later een gewone operatie plaatsvinden. Indien u een ruggenprik heeft gekregen, duurt het nog enige tijd voor u weer het gevoel en de beweging in de benen terugkrijgt. Ook de functie van de blaas kan door de verdoving tijdelijk verminderd zijn. Daarom is het belangrijk erop te letten dat u binnen zes uur na de ingreep urineert.

Controle

Het drukverband mag u na twee dagen verwijderen. De poliklinische controle is meestal één tot twee weken na de operatie. U hoort dan van de orthopedisch chirurg wat zijn bevindingen zijn. De geopereerde knie mag u in principe direct na uw operatie volledig belasten, met ondersteuning van de twee krukken die u heeft meegenomen. De knie mag u buigen en strekken. Hervatting van werk en sport hangt af van uw beroep en sport en de eventuele afwijking en behandeling van uw knie.

Uw herstel

Uw herstel kan twee tot zes weken of langer duren. Dit is afhankelijk van uw aandoening en behandeling. Daarna mag u in principe alle activiteiten hervatten.

Mogelijke complicaties

Bij elke operatie kunnen complicaties optreden. Complicaties die bij een kijkoperatie kunnen optreden zijn:

  • Een langdurige, forse zwelling en nabloeding, opnieuw verbinden is meestal voldoende, soms is een aanvullende hechting noodzakelijk; 
  • Heel zelden treden gewrichtsontsteking of een trombosebeen op. Bij een trombosebeen is een bloedstolsel gevormd die een ader in het been verstopt.
  • Na een kijkoperatie blijft soms het gewricht nog een paar weken opgezwollen. Het gewrichtsslijmvlies is dan geïrriteerd. Mogelijk is dan extra behandeling door de fysiotherapeut nodig of krijgt u medicijnen voorgeschreven.
  • Omdat er bij de kijkoperatie kleine sneetjes in uw huid worden gemaakt, is het mogelijk dat een huidzenuw beschadigd raakt. De huid eromheen kan daarna een beetje ongevoelig zijn of juist extra gevoelig. Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd.
  • Wij gebruiken vaak een bloedleegte band tijdens de ingreep om zo min mogelijk bloed door te laten in het operatiegebied tijdens de operatie. Dat geeft soms klachten na de operatie, bijvoorbeeld een gevoel van kneuzing waar de strakke band zat. Ook kan een huidzenuw bekneld raken, waardoor de huid eromheen een beetje ongevoelig of juist extra gevoelig is. Ook deze klachten verdwijnen meestal na verloop van tijd.

Aandachtspunten na ontslag

Bij (toename van) wondlekkage, forse zwelling, hevige pijn, een aanhoudend kloppend gevoel, tintelingen in knie/onderbeen of koorts (boven 38,5 ºC), neemt u contact op met:

  • Tijdens kantooruren: de polikliniek verpleegkundige van het Orthopedisch Centrum, telefoonnummer 079-206 5582.
  • Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de afdeling, telefoonnummer (079) 206 5600.
  • Algemeen nummer van het Reinier Haga Orthopedisch Centrum: (079) 206 5500

Vragen?

Heeft u na het lezen van bovenstaande informatie nog vragen? Dan kunt u contact opnemen met de polikliniek verpleegkundige. Telefoonnummer: (079) 206 5582.

Print deze folder

Contact

Let op

U kunt alleen bij ons Orthopedisch Centrum terecht met een doorverwijzing van uw huisarts of specialist.