Nieuw. En al 300 jaar ervaring.

Patiënteninformatie

Knieprothese: hele en halve

Inhoud

In samenspraak met de Orthopeed is besloten bij u een knieprothese te plaatsen. Een knieprothese kan de oplossing zijn als u last heeft van knie artrose (versleten knie), pijn, reuma, bewegingsbeperking of beschadigd kraakbeen.

U wordt voor een halve knieprothese gemiddeld 1 á 2 nachten opgenomen. Voor een totale knieprothese gemiddeld 1 tot 3 nachten.

In deze patiënteninformatie vindt u de belangrijkste informatie over de knieoperatie en het herstel erna. Ook leest u over hulpmiddelen en eventuele aanpassingen thuis.

Het in deze folder beschreven verloop van de revalidatie is slechts een richtlijn; soms kan het herstel langzamer of juist vlotter verlopen.

Heeft u nog vragen na het lezen van deze folder? Stel deze dan gerust aan uw behandelend arts, fysiotherapeut of verpleegkundige.

De knie

De knie bestaat uit drie botten; het dijbeen, het scheenbeen en de knieschijf, welke de knie kunnen laten scharnieren. De uiteinden van die botten zijn bedekt met een laagje kraakbeen dat er voor zorgt dat de knie soepel beweegt. Dit kraakbeen is elastisch en kan schokken en stoten opvangen. Daarnaast zitten er in de knie twee halvemaan-vormige schijfjes, de menisci, en een soort smeermiddel. Door deze bouw kan de knie goed bewegen, is stabiel en kan goed belast worden

De meest voorkomende reden voor het plaatsen van een knieprothese is slijtage van de kraakbeenoppervlakken. Dit veroorzaakt pijn en bewegingsbeperking. De knie kan slijten door:

  • Vormafwijkingen die lijden tot artrose (gewrichtsslijtage)
  • Gewrichtsontsteking bijvoorbeeld bij Reuma (reumatoïde artritis)
  • Botbreuk (fractuur)
  • In het verleden verwijderde meniscus lijdt eerder tot slijtage

Meestal is de oorzaak van slijtage onbekend.

De meest voorkomende klachten zijn vaak pijn bij (trap)lopen en lang staan. Fietsen levert doorgaans de minste klachten op. Doordat de knie minder goed kan buigen en strekken, bent u beperkt in uw bewegingen. Ook kan zich een X- of O-beenstand ontwikkelen, waarbij de knie in toenemende mate moe en instabiel aanvoelt.

Er zijn verschillende mogelijkheden om de klachten te verminderen:

  • Het nemen van pijnstillers.
  • Een stok of een ander hulpmiddel gebruiken bij het lopen.
  • Oefeningen die de fysiotherapeut u geeft kunnen helpen
  • Afvallen kan helpen als u overgewicht heeft.

Een knieprothese

Samen met u bepaalt de orthopeed wanneer u voor een knieprothese in aanmerking komt. Dit gebeurt door uw bestaande klachten en de door u ervaren beperkingen te bespreken. Ook doen we lichamelijk onderzoek en maken we röntgenfoto’s.

De totale knieprothese bestaat uit een metalen onderbeencomponent, met daarop een kunststof (polyethyleen) lager en een metalen bovenbeencomponent.

Tijdens de operatie worden de gewrichtsvlakken afgezaagd en opnieuw bekleed met de prothese. De metalen componenten worden in het bot meestal, vastgezet met botcement.

Indien de gewrichtsbanden aan de zijkant van de knie erg los zijn kan een speciaal type knieprothese gekozen worden dat sterker met elkaar verbonden is. 

Halve of hele prothese

Afhankelijk van de ernst van de klachten, is een halve of een hele (totale) knieprothese nodig. Bij een halve knieprothese wordt het versleten gedeelte van de binnenkant van het kniegewricht vervangen. Bij een hele knieprothese wordt het versleten gedeelte van de hele knie vervangen.

De protheses zijn van hoge kwaliteit, maar ze hebben maar een beperkte levensduur van 15-20 jaar. Daarom wordt het plaatsen van een knieprothese bij jonge mensen zo lang mogelijk uitgesteld.

Het herstel van de knieoperatie duurt tussen de 6 weken en een jaar. U mag na de operatie direct op het geopereerde been staan, met behulp van een loophulpmiddel zoals krukken, rollator of looprek.

Meestal loopt u met een loophulpmiddel tot de wond, spieren en bot weer voldoende hersteld zijn om veilig en stabiel te kunnen lopen. Dit verschilt per persoon en duurt gemiddeld tussen de 4 en 8 weken.

Bij uw herstel krijgt u begeleiding en u krijgt voor, tijdens en na uw opname advies. De fysiotherapeut en verpleegkundigen geven tijdens de opname begeleiding en instructie bij het oefenen en opvolgen van de leefregels.

Voorbereiding voor uw opname

Na uw gesprek met de orthopeed krijgt u afspraken om uw operatie voor te bereiden.

Meer informatie kunt u lezen in de folder Behandelwijzer bij opname.

Na deze afspraken en de goedkeuring van de anesthesist plant de Operatieplanning uw operatiedatum.

Zijn er wijzingen in uw gezondheid of medicijnen? Hebt u wondjes of bent u ziek?

Als na de voorbereidende gesprekken uw gezondheid of medicijnen veranderen, wilt u dit dan voor opname doorgeven aan de Operatieplanning. Dit geldt ook als u één of meerdere wondjes heeft, ziek bent of een infectie heeft.

Wat kunt u zelf doen voor de operatie?

Conditieverbetering en gewrichtsvermindering.

Een goede conditie vergroot de kans op een spoedig herstel na de operatie. U kunt hier vaak het beste aan werken met een hometrainer. Fietsen met een versleten knie is meestal goed mogelijk.

Stoppen met roken

Dit is voor alle operaties aan te raden. Het verlaagt de kans op wond- en botgenezingsstoornissen en daarmee ook de kans op een infectie. Het beste effect bereikt u als u twee of drie maanden voor de ingreep stopt.

Regel nu alvast de hulpmiddelen die u na de operatie nodig heeft?

Het is raadzaam om ruim (maar maximaal één week) vóór de opname hulpmiddelen in huis te halen. Deze kunt u huren of kopen bij een thuiszorgwinkel bij u in de buurt. Neem u legitimatie en verzekeringsgegevens mee.

U zult ná de operatie een aantal weken een loophulpmiddel moet gebruiken. Neem het loophulpmiddel; krukken of rollator bij uw opname mee naar het ziekenhuis.

Zorg voor:

  • Krukken of een rollator (huren of kopen).
  • Een gemakkelijke hoge stoel met armleuningen.
  • Een voetenbankje, zodat u met het geopereerde been omhoog kunt zitten.
  • Geen losse kleedjes in huis.
  • Een douchestoel (uitleen).
  • Een antislipmat in uw badkamer (kopen).
  • Eventueel een toiletverhoger, indien u eigen toilet nu al te laag is (uitleen).
  • Eventueel een lange schoenlepel (kopen).
  • Eventueel “een helpen handje”, dit is een grijpertje om spullen op te pakken (kopen).

Denk verder aan:

  • Eventueel hulp in de huishouding. Dit kunt u particulier regelen of aanvragen via de gemeente, WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning)
  • Eventueel hulp met boodschappen doen
  • Eventueel maaltijdvoorziening

Als u thuis extra hulp nodig denkt te hebben, kunt u dit voor en tijdens de opname bespreken met de verpleegkundige. Deze dient een aanvraag in bij de transferverpleegkundige, die de eventuele nazorg voor u kan regelen. Meer informatie vindt u in de folder Transferpunt.

Gebruik geen huidlotion of crèmes

Vanaf de dag vóór de operatie mag u geen huidlotion of crèmes meer gebruiken. Dergelijke huidverzorgingsmiddelen kunnen de kans op infectie tijdens de ingreep vergroten.

De dag van de operatie

Op de dag van uw operatie komt u ‘s ochtends naar het Orthopedisch Centrum. U dient zich voor de operatie (‘s ochtends of de avond ervoor) thuis te douchen. U mag geen bodylotion of andere crèmes gebruiken.

U komt nuchter, zie voor verdere uitleg de folder: Anesthesie.

Nadat u op het operatiecentrum (2de etage OC) bent opgevangen, krijgt u kort een opnamegesprek met een verpleegkundige. Zij geeft u een naambandje om met uw naam en geboortedatum. Zodra de operatiekamer belt dat u mag komen, begeleidt een service-assistent u naar een omkleedruimte. Hier kunt u zich omkleden in een operatiejas. Ook krijgt u hier ‘antislip’ sokken.

Sieraden af, laat deze thuis. Uw bril, lenzen en gebitsprothese moet u uitdoen. Gehoortoestellen kunt u inhouden. Uw kleding en persoonlijke bezittingen worden opgeruimd in een af te sluiten kast.

Laat zoveel mogelijk spullen thuis.

U gaat lopend naar de voorbereidingskamer (holding) voor de operatie. Hier wordt u ontvangen en voorbereid voor de operatie. U ziet daar uw operateur, de anesthesist en het operatieteam.

Het verloop van de operatie

  • De operatie duurt ongeveer 90 minuten
  • De operatie begint met een snee aan de voorzijde van de knie. Vervolgens wordt het gewrichtskapsel geopend, De gewrichtsvlakken van boven- en onderbeen worden met behulp van specifiek instrumentarium aangepast. Vervolgens wordt er een metalen kap op uw bovenbeen geplaatst. Op u onderbeen wordt een metalen plaat gezet. Tussen de metalen delen plaats de chirurg een kunststof deel, waardoor de metalen delen goed kunnen scharnieren.
  • Het plaatsen van de prothese wordt soms wordt gedaan met behulp van een robotarm (MAKO). Zie folder Mako robotarm geassisteerde chirurgie voor halve knieprothese of totale knieprothese. Dit wordt vooraf door de orthopeed op de polikliniek met u besproken.
  • Daarna wordt het kapsel en de huid gesloten en verbonden. De wond wordt meestal gehecht met krammen (agraves)

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Hier blijft u één à twee uur, waarna u teruggaat naar de verpleegafdeling (1ste etage OC). U heeft na de operatie een infuus, eventueel een blaaskatheter en eventueel zuurstof via een slangetje.

Net als tijdens de operatie, controleren we op de verpleegafdeling regelmatig uw bloeddruk, polsslag, ademhaling, temperatuur, urineproductie, wond en de mate van pijn.

Een arts/assistent of uw orthopeed komt bij u langs en vertelt hoe de operatie is gegaan. U krijgt uitleg waar u de eerste tijd op moet letten.

Zodra u terug bent op de verpleegafdeling, belt u zelf met uw contactpersoon. Als dit nodig is, kan de verpleegkundige dit voor u doen. U mag na de operatie in principe alles eten en drinken. Toch is het verstandig om dit langzaam op te bouwen, om misselijkheid te voorkomen. Mogelijk kunt u nog een warme maaltijd nuttigen op de operatiedag.

Fysiotherapie

Afhankelijk van uw herstel komt ’s middags de fysiotherapeut langs voor begeleiding en instructie bij de oefeningen.

Het is goed om na de operatie uw benen in bed regelmatig te bewegen. U kunt op de operatiedag onder begeleiding al uit bed om even te staan en wat te lopen. Dit hangt af van hoe u zich voelt en van de tijd die de verdoving nodig heeft om uit te werken.

Aanspannen en ontspannen van de beenspieren en het bewegen van de enkel is goed om zwelling van het been en de kans op trombose (stolsels in de bloedvaten) te verkleinen

Samen met u beoordeelt de fysiotherapeut welk loophulpmiddel het beste is. In eerste instantie loopt u onder begeleiding van de fysiotherapeut. Als dit verantwoord is, kunt u zelfstandig lopen. Ook wordt met u besproken welke oefeningen en bewegingen u het beste kunt doen.

Herstel na de operatie (tijdens uw opname)

  • Dagelijks komt een arts-assistent bij u langs en bespreekt met u de verdere behandeling en leefregels. Stel gerust uw vragen.
  • De fysiotherapeut en de verpleegkundige begeleiden u in uw herstel en in de voorbereiding voor uw ontslag.
  • Na de operatie maken we een röntgenfoto van de knieprothese om de stand nogmaals te controleren.
  • De knie is verbonden met een waterdichte pleister. U kunt deze laten zitten tot aan de polikliniek controle. Controleer de pleister en de wondomgeving regelmatig.
  • Zo nodig helpt de verpleegkundige u met wassen en aan- en uitkleden. De verpleegkundige controleert regelmatig uw bloeddruk, polsslag, temperatuur, urineproductie, mate van pijn en de wond. Als alles in orde is, worden het infuus en -indien aanwezig- de urinekatheter en het zuurstofslangetje verwijderd.
  • De fysiotherapeut komt dagelijks bij u langs voor begeleiding. Ook traplopen wordt zo nodig met u geoefend.

Medicijnen

U krijgt de eerste dagen de volgende medicijnen.

Pijnstilling

U krijgt vier tot zes maal per dag medicijnen tegen de pijn. Neem deze in zodra ze worden gegeven. Bij sommige pijnstillers krijgt u in de ochtend eerst een maagtablet om de maagwand te beschermen. En meestal krijgt u medicatie om de stoelgang te bevorderen. 

Antibiotica

De eerste 24 uur na de operatie krijgt u antibiotica via een infuus. Dit is om infectie te voorkomen.

Antistolling

Na de operatie krijgt u een eerste injectie (Fraxiparine) om trombose te voorkomen. Deze injecties moet u gedurende vier weken eenmaal per dag toedienen. De verpleegkundige leert u tijdens de opname hoe u zichzelf kunt injecteren. Afhankelijk van uw eigen thuismedicatie kan dit afwijken.

Misselijkheid

Bent u misselijk? Vertel het de verpleegkundige. U kunt hier medicijnen voor krijgen.

Overige medicatie

Zo nodig krijgt u uw eigen medicijnen die u al voor de opname gebruikte. Bespreek dit vóór uw opname met uw behandelend arts. Neem nooit zonder overleg met de verpleegkundige uw eigen medicijnen in.

Mogelijke complicaties

Ondanks de voorzorgen blijft een kleine kans op de volgende complicaties bestaan:

  • Nabloeding (hematoom), meestal in de eerste 24 uur.
  • Trombose
  • Wondinfectie of infectie van de prothese
  • Vaat- en zenuwbeschadiging
  • Spierletsel en/of spierzwakte
  • Botbreuk of scheurtje in het bot
  • Loslating van de prothese

Heeft u hierover vragen? Stel deze gerust aan uw orthopeed.

Ontslag

De arts bespreekt samen met u, de verpleegkundige en de fysiotherapeut wanneer u met ontslag kunt. Dit hangt af van hoe het met bewegen gaat, hoe u zich voelt, hoe de wondgenezing verloopt en hoe de thuissituatie is.

Bij ontslag krijgt u afspraken mee voor controle op de polikliniek:

  • Twee weken na de operatie bij een arts-assistent en dokters-assistenten.
  • Zes tot acht weken na de operatie bij uworthopeed.

Na uw ontslag belt de verpleegkundige u nog enkele keren op om te vragen hoe het met u gaat. Dit gebeurt:

  • Eén dag na ontslag
  • Twee dagen na ontslag (zo nodig)
  • Zeven dagen na de operatie

Aandachtspunten bij ontslag

Wat kunt u zelf doen na ontslag?

  • Verleng geleidelijk uw loopafstand.
  • Wissel staan, lopen, zitten en eventueel liggen regelmatig af en doe de oefeningen die u met de fysiotherapeut hebt doorgenomen. 
  • Probeer in langzit (met de benen gestrekt voor u uit) de knie zo ver mogelijk in het bed te drukken, zodat de bovenbeenspieren aanspannen.
  • Probeer zittend in een stoel de knie/het been te strekken (niet verder dan horizontaal).
  • Aan- en uitkleden. Haal bij aankleden eerst u geopereerde been en dan uw gezonde been door het kledingstuk.

Haal bij uitkleden eerst uw gezonde been en dan uw geopereerde been door het kledingstuk.

  • Traplopen doet u bij opname onder begeleiding van de fysiotherapie.

Zet bij naar boven gaan eerst de voet van uw gezonde been een trede omhoog. Zet de voet van uw geopereerde been ernaast.

Zet bij naar beneden gaan lopen eerst de voet van uw geopereerde been een trede naar beneden. Zet daarna de voet van uw gezonde been ernaast.

Pijn en zwelling na de operatie

De meeste patiënten ervaren dat de pijn die ze voor de operatie hadden nu weg is. Er is vaak wel sprake van operatiepijn. Deze bestaat voornamelijk uit spierpijn en wondpijn. De mate waarin u dit ervaart, verschilt per persoon. Goed oefenen helpt tegen de stijfheid. Maar ook op vaste tijden innemen van pijnstillers helpt u de pijn als dragelijk te ervaren.

Het is belangrijk dat u voldoende rust neemt tussen de oefeningen en activiteiten door. Soms is het raadzaam tussendoor een uurtje op bed te gaan liggen. Ga ook regelmatig zitten in een makkelijk zittende stoel en leg dan het geopereerde been horizontaal op een voetenbankje. Als u gaat oefenen en lopen, zult u merken dat de zwelling in uw geopereerde been toeneemt. Dit is normaal: het wondvocht zakt naar uw voet. De eerste dagen na de operatie neemt het wondvocht vaak toe. Daarna blijft het stabiel en kan het enkele weken tot maanden duren voordat al het vocht rondom uw knie en in het geopereerde been verdwenen is. Uw been is ‘s morgens doorgaans slanker dan ’s avonds en voelt ’s avonds vaak zwaarder aan.

Het geopereerde been kan blauw worden door een bloeduitstorting. Dit verdwijnt na een paar weken.

Fysiotherapie

Wanneer en hoe vaak de nabehandeling door een fysiotherapeut noodzakelijk is, bespreken uw orthopeed en fysiotherapeut met u. Nabehandeling kan bij uw eigen fysiotherapeut. Informeer vooraf of uw fysiotherapeut zo nodig aan huis komt.

Medicijnen

  • Bij uw ontslag krijgt u een recept mee voor pijnstilling en antistolling. U kunt de medicijnen zelf (laten) halen bij uw eigen apotheek.
  • Neem de medicijnen op een vast tijdstip in.
  • Verspreid de inname van de pijnstillers over 24 uur. Bijvoorbeeld 4x per dag elke 6 uur of 3x per dag elke 8 uur.
  • U mag de pijnmedicatie zelf verlagen als de pijn afneemt.
  • De antistolling (Fraxiparine) injecteert u eenmaal per dag gedurende vier weken. Altijd rond dezelfde tijd.
  • Vraag bij uw apotheek om een naaldencontainer. U doet hier de gebruikte injectienaaldjes in. Lever de container na vier weken in bij uw apotheek.

De wond

Na de operatie is uw wond afgeplakt met een waterdichte pleister. Deze pleister mag u laten zitten tot aan u controle op de polikliniek ongeveer 14 dagen na de operatie. U mag ermee douchen. U krijgt meer pleisters mee bij ontslag uit het Orthopedisch Centrum. Vervang uw operatiepleister als

  • De pleister loslaat
  • Meer dan twee/ derde (2/3) van de pleister is verzadigd met wondvocht en/of bloed.

U mag de eerste 6 weken na de operatie niet zwemmen, in bad of in de sauna vanwege de wondgenezing.

De wond is ongeveer na 2 weken gesloten en dan kunnen de hechtingen eruit. Van binnen duurt het 6 tot 12 weken voordat het weefsel en bot hersteld zijn.

We adviseren pas na 6 weken na de operatie naar de pedicure te gaan.

Hoe verwisselt u de pleister?

  • Zorg dat u schoon kunt werken;
  • Was uw handen met water en zeep voordat u uw wond gaat verzorgen. Droog uw handen af met een schone handdoek;
  • Verwijder voorzichtig de oude pleister. Raak de wond niet aan met uw handen;
  • Open de verpakking van de nieuwe (steriele) pleisters;
  • Pak de pleister alleen vast aan de randen, raak het verband niet aan;
  • Verwijder de folie en plak de pleister op de wond;
  • Was hierna nogmaals uw handen met water en zeep.

Als de wond hierna nogmaals meer dan de helft van de pleister verzadigt, neem dan contact op.

Contact met het Orthopedisch Centrum

Neem in onderstaande gevallen contact op met het Orthopedisch Centrum:

  • Ernstige roodheid van de wond en de huid eromheen. Let op: het desinfectiemiddel dat tijdens de operatie gebruikt wordt is rood van kleur en is vaak nog op de huid aanwezig.
  • Toename van wondlekkage.
  • Toename van de zwelling.
  • Toename van pijn.
  •  Koorts (boven 38,5 graden)

U vindt de telefoonnummers in uw behandelwijzer en op de website van het Orthopedisch Centrum.

Hervatting van uw bezigheden

Overleg tijdens de controleafspraken wanneer u uw werk en/of sport weer kunt hervatten.

Adviezen en Leefregels voor thuis

  • U mag na 2 weken onder begeleiding van een fysiotherapeut op een hometrainer fietsen mits de wond droog is.
  • U kunt na ongeveer 6 weken weer autorijden mits u maximaal met 1 kruk goed kunt lopen en voldoende kracht heeft in uw benen. Wel adviseren we u om bij een zorgverzekeraar na te vragen welke voorwaarden gelden tijdens u herstel. En overleg altijd eerst met u fysiotherapeut.

Overzicht afspraken

In onderstaand overzicht staan de afspraken die u heeft vanaf het moment dat u bij de Orthopeed bent geweest en op de lijst staat voor een knieoperatie.

Voor de operatie

Soort afspraakMet wieTijdsduur
Lichamelijk onderzoek, vorm van verdoving Bloedprikken Eventueel hartfilmpjeAnesthesieOngeveer 60 minuten
Informatie over opname, hulpmiddelen en nazorgVerpleegkundigeOngeveer 30 minuten

Na de operatie

Soort afspraakMet wieTijdsduur
Telefonisch één dag na ontslagVerpleegkundigeOngeveer 5- 10 minuten
Eventueel Telefonisch twee dagen na ontslagVerpleegkundigeOngeveer 5- 10 minuten
Telefonisch één week na de operatieVerpleegkundigeOngeveer 5- 10 minuten
Controle polikliniek twee weken na de operatieDokters-assistenteOngeveer 10 minuten
Controle polikliniek zes tot acht weken na de operatieOrthopeedOngeveer 10 mintuten

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Stel deze dan gerust.

Print deze folder

Contact

Let op

U kunt alleen bij ons Orthopedisch Centrum terecht met een doorverwijzing van uw huisarts of specialist.