Nieuw. En al 300 jaar ervaring.

Patiënteninformatie

LCTH of LC artrodese

Inhoud

Andere benamingen voor dezelfde operatie zijn: LCTH-fusie; LC-fusie; Four corner artrodese, partiële polsartrodese.

Deze folder bevat algemene informatie over de LCTH en LC artrodese. Het is bedoeld als aanvulling op het gesprek met uw arts. Algemene informatie kan niet compleet zijn en kan niet altijd recht doen aan iedere individuele situatie, per persoon kan de situatie net anders zijn dan hieronder beschreven.

Inleiding

De pols is een complex gewricht en bestaat uit meerdere botten. De pols wordt gevormd door het spaakbeen (radius) en de ellepijp (ulna) in de onderarm en acht polsbotjes (handwortelbotjes) (afbeelding 1). De handwortelbotjes liggen in twee rijen gerangschikt en zijn onderling verbonden met gewrichtsbanden. Bewegingen tussen de twee rijen handwortelbotjes onderling en tussen de eerste rij handwortelbotjes aan de ene kant en spaakbeen met ellepijp aan de andere kant zijn mogelijk. Aangezien meerdere botten in de pols ten opzichte van elkaar kunnen bewegen, is de pols in feite opgebouwd uit meerdere gewrichten.

Afbeelding 1: de botten die de pols vormen.

In een gezond gewricht zijn de uiteinden van de botten bedekt met een dikke laag glad en veerkrachtig kraakbeen. Dit zorgt ervoor dat de botuiteinden (gewrichtsoppervlakken) soepel over elkaar kunnen bewegen. Bij artrose is het kraakbeen beschadigd (dunner en minder veerkrachtig). Daardoor bewegen de gewrichtsoppervlakken minder soepel over elkaar. Dit geeft pijn en een verminderde beweeglijkheid (zie ook artrose van de hand en pols). Het gedeeltelijk vastzetten van de pols kan dan een oplossing zijn.

Korte omschrijving van LCTH en LC artrodese

Een LCTH of LC artrodese is het gedeeltelijk vastzetten van de pols. Bij een LCTH artrodese wordt één polsbotje wordt verwijderd en vier van de acht polsbotjes (handwortelbotjes) aan elkaar vastgezet (zie afbeelding 2 en 3). Het polsbotje dat wordt verwijderd is het scaphoideum (scheepvormig botje). De handwortelbeentjes die worden vastgezet zijn: lunatum, capitatum, triquetrum en hamatum (afgekort LCTH). Vaak kan het ook voldoende zijn dat alleen het os lunatum en het capitatum aan elkaar worden gezet (afgekort LC artrodese), waarbij dan ook het os scaphoideum wordt verwijderd. Deze operaties zorgen ervoor dat de versleten en pijnlijke gewichten in de pols niet meer worden belast. 

Afbeelding 2: schematische voorstelling van LCTH artrodese. Het verwijderen van scaphoideum en aan elkaar vastzetten van vier polsbotjes (handwortelbotjes).
In de linker afbeelding is de plaats van artrose met *** aangegeven. Hier is het verrichten van een LCTH artrodese zinvol.
De rechter afbeelding toont de situatie na het verwijderen van het scaphoideum en het vastzetten van 4 handwortelbotjes aan elkaar (LCTH artrodese). Hierna is er geen beweging meer aanwezig in gewrichten met slijtage, maar wel tussen de 4 vastgezette handwortelbotjes en het spaakbeen.
Afbeelding 3: röntgenfoto’s van de pols voor en na de LCTH artrodese. De afbeelding rechts toont o.a. het vastzetten van de vier polsbotjes (handwortelbotjes) met behulp van een kunststof ringvormig plaatje (dit plaatje is niet zichtbaar op een röntgenfoto) en titanium schroeven.

Reden voor LCTH en LC artrodese

Slijtage (artrose) van de pols die gepaard gaat met pijnklachten en beperkte beweeglijkheid.

  • Als de slijtage zich bevindt in het gewricht tussen radius en scaphoideum en het gewricht tussen lunatum en capitatum (afbeelding 2) kan een LCTH of LC artrodese een oplossing zijn. Deze specifieke artrose wordt vaak gezien na een letsel van het bandje tussen scaphoideum en lunatum (zie SL-laesie) of na het niet vastgroeien van een breuk van het scaphoideum.
  • Als de slijtage in de pols meer uitgebreid is en ook aanwezig is tussen radius en lunatum, kan een LCTH of LC deze niet meer worden verricht. Een volledige polsartrodese of het plaatsen van een polsprothese moet dan worden overwogen.
  • Als de artrose beperkt is en alleen is tussen radius en scaphoideum aanwezig is, kan naast het een LCTH en LC artrodese ook een proximale rij carpectomie (PRC) worden overwogen. In overleg met u wordt de meest geschikte behandeling gekozen. Dit is o.a. afhankelijk van uw wensen ten aanzien van de beweeglijkheid en de belastbaarheid.

De operatie

De operatie vindt plaats op een operatiekamer en gebeurt onder regionale verdoving (alleen de arm is verdoofd) of onder algehele verdoving (narcose). De regionale verdoving van de arm gebeurt door middel van een prik in de oksel of onder het sleutelbeen. Mogelijk blijft u na de operatie een nacht in het ziekenhuis.

  • De operatie duurt circa 1 tot 1½ uur.
  • Bij de operatie wordt een huidsnede (incisie) gemaakt aan de bovenkant (handrugzijde) van de pols. Via deze incisie worden de polsbotjes (handwortelbotjes) vrijgelegd.
  • Het versleten scaphoideum wordt in zijn geheel verwijderd. Het kraakbeen tussen het lunatum, capitatum, hamatum en triquetrum wordt verwijderd, zodat de handwortelbotjes onderling kunnen vastgroeien. Ter bevordering van het snel vastgroeien wordt bot uit de radius (spaakbeen) gehaald en tussen de aangedane handwortelbotjes gelegd. Voor het verkrijgen van dit bot hoeft geen extra huidsnede te worden gemaakt. Hierna worden de vier handwortelbotjes in de juiste stand aan elkaar vastgemaakt. Soms kan het voldoende zijn om alleen lunatum en capitatum aan elkaar vast te maken. Het vastmaken van de handwortelbotjes kan met korte stalen pennetjes (k-draden), krammen, schroeven of een plaatje met schroeven (afbeelding 3). Dit vastmaken zorgt dat de goede stand behouden blijft, totdat de botjes aan elkaar zijn vastgegroeid.
  • De wond wordt meestal gehecht met oplosbare hechtingen.
  • Na de operatie wordt een gips om de onderarms-gips aangebrachte waarbij de pols en ook de basis van de duim in het gips zitten. De vingers zitten niet in het gips.

Voorbereiding voor de operatie

  • Als u geneesmiddelen gebruikt, moet u dit tijdens het polikliniek bezoek melden aan uw behandelend arts. Bloedverdunnende medicijnen moet u eventueel, afhankelijke van het middel,  een aantal dagen voor de operatie stoppen. Uw arts bespreekt dit met u.
  • Roken vergroot de kans dat de handwortelbotjes slecht of niet vastgroeien en de kans op andere complicaties. U wordt dan ook dringend geadviseerd om minimaal 2 weken voor de operatie en tot minimaal 6 weken na de operatie te stoppen met roken.
  • Aangezien de operatie gebeurt onder regionale anesthesie (waarbij alleen de arm wordt verdooft) of algehele verdoving (u gaat kort slapen via narcose), wordt u voorafgaand aan de operatie door een anesthesist gezien en wordt o.a. uw algemene gezondheid onderzocht en bloedonderzoek verricht (preoperatieve screening, POS).
  • U mag zich de dag van de operatie niet insmeren met bodylotion of olie. U wordt verzocht om sieraden (ringen, armbanden, horloge) af te doen en thuis te laten.

Na de operatie, de nabehandeling

De snelheid waarmee de handwortelbotjes vastgroeien is o.a. afhankelijk van de wijze van vastzetten van de botjes en de doorbloeding van de botjes. Er bestaat dus variatie in hoelang het duurt dat de handwortelbotjes zijn vastgegroeid en hoe snel met revalidatie kan worden.

  • Na de operatie heeft u een onderarms-gips waarbij de pols en ook de basis van de duim in het gips zitten. De vingers zitten niet in het gips en kunnen vrij bewegen. Dit wordt een naviculare gips genoemd.
  • Het is goed om de hand hoog te houden en de vingers te bewegen om de zwelling te verminderen. Gebruik hiervoor de mitella die u na de operatie heeft gekregen. Thuis kunt u ook de onderarm hoog op een kussen leggen.
  • Mogelijk blijft u na de operatie een nacht in het ziekenhuis om de operatiewond voldoende rust te geven en voor aanvullende pijnstilling te krijgen. Echter meestal is het mogelijk om de dag van de operatie al naar huis. U krijgt instructies en een recept voor pijnstilling mee.
  • Na een week wordt een nieuw en lichter gips om pols en onderarm aangebracht.
  • Vier tot vijf weken na de operatie wordt dit gips verwijderd en worden röntgenfoto’s van de pols gemaakt om het vastgroeien van de handwortelbotjes te beoordelen. Afhankelijk van die bevindingen krijgt u opnieuw een vast gips voor 3-4 weken of u krijgt een afneembare brace.
  • Als u een brace krijgt, moet deze regelmatig af en moet u beginnen met oefeningen. De eerste vier weken draagt u de spalk continu. Alleen tijdens het oefenen mag de spalk af. Uw arts geeft u hierover instructies. Het oefenen gebeurt vaak onder leiding van een handtherapeut (een gespecialiseerde fysiotherapeut of ergotherapeut).
  • Vier weken nadat u de brace heeft gedragen (dit is 8-12 weken na de operatie) komt u terug voor controle, waarbij opnieuw röntgenonderzoek wordt gedaan. Als de polsbotjes grotendeels aan elkaar zijn vastgegroeid, mag u het dragen van de brace afbouwen en de pols toenemend tot volledig gaan belasten.
  • Ter controle van het verder herstel wordt u meestal nog 1 of 2 keer gezien.

Resultaten van de operatie, wat u kan verwachten

De eerste weken bent u meestal beperkt ten gevolge van de postoperatieve pijn en de beperking van het gips. Het duurt meestal 6 tot 10 weken voordat de pols volledig vastgegroeid is en u deze weer toenemend mag gaan belasten. Na drie maanden is de pols meestal zodanig hersteld dat de meeste werkzaamheden kunnen worden hervat. Ook na die 3 maanden treedt nog verdere verbetering van de functie op.

Na de revalidatieperiode is de pijn in het polsgewricht volledig of grotendeels verdwenen. De functie en kracht van de hand en pols zijn duidelijk toegenomen. De kracht is ongeveer 80% van een normale, gezonde pols. De beweeglijkheid na het gedeeltelijk vastzetten van de pols, is gemiddeld 45% van de normale beweeglijkheid wat betreft het buigen en strekken van de pols. De draaibewegingen van pols en onderarm zijn normaal.

Mogelijke complicaties, wat zijn de risico’s

Zoals bij alle operaties kunnen complicaties als wondinfectie, nabloeding en zenuwletsel optreden. De kans is echter klein en ze kunnen vrijwel altijd goed worden behandeld. Het optreden van dystrofie ofwel CRPS (Chronisch Regionaal Pijn Syndroom) is zeldzaam. Vroegtijdige onderkenning en behandeling is gewenst om functiestoornissen te voorkomen.

Een specifieke complicatie van een LCTH of LC artrodese is het niet aan elkaar vastgroeien van de handwortelbotjes. Als dit gebeurt, moet de operatie opnieuw worden verricht. Als u rookt neemt de kans op het niet vastgroeien fors toe!

Een andere specifieke complicatie is beschadiging van de gewrichtsbanden van de pols, waardoor enige instabiliteit kan optreden. Een tweede operatie kan dan noodzakelijk zijn. Dit is uiterst zeldzaam.

Tot slot

Voor meer informatie kunt u een afspraak maken op het RHOC Hand en Pols Centrum bij dr. R. Deijkers of dr. G. Kraan. U kunt een afspraak maken via nummer 079-206 5500.

Print deze folder

Contact

Let op

U kunt alleen bij ons Orthopedisch Centrum terecht met een doorverwijzing van uw huisarts of specialist.