Nieuw. En al 300 jaar ervaring.

Patiënteninformatie

Schouder uit de kom: kijkoperatie (Bankart repair)

Inhoud

Uw schouder gaat (soms meermaals) uit de kom. Daarom heeft u in overleg met uw orthopedisch chirurg besloten om uw schouder te laten stabiliseren. Dit gebeurt via een kijkoperatie. Hieronder vindt u de belangrijkste informatie over de operatie, de voorbereidingen en het herstel erna. Heeft u nog vragen na het lezen van deze informatie? Stel deze dan gerust aan uw behandelend arts.

Wat is een Bankart laesie?

Het schoudergewricht is van zichzelf instabiel. Dat komt doordat de kom van het schoudergewricht oppervlakkig is en de schouderkop in verhouding groot is. Bij een val of krachtige beweging, kan de schouder uit de kom gaan (luxatie). Daarbij kan de kraakbeenring (het labrum) losscheuren. Dit heet een Bankart Laesie. Deze aandoening kan vaak met een kijkoperatie worden verholpen.

Klachten bij een Bankart Laesie

Bij een Bankart Laesie is de kans groter dat uw schouder vaker uit de kom gaat. Verder voelt uw schouder soms instabiel en pijnlijk bij het bewegen. Als de schouder vaak uit de kom gaat, kan deze zo beschadigen dat toekomstige slijtage (artrose) van de schouder ontstaat. Deze ingreep helpt dit te vermijden.                       

Wat is een kijkoperatie en hoe gaat dit?

Bij een kijkoperatie kan de orthopedisch chirurg via enkele kleine sneetjes in de huid met een camera en kleine instrumenten in uw schouder werken. Deze sneetjes zitten rondom het schoudergewricht.

De operatie wordt ingepland

Na uw gesprek met de orthopeed krijgt u twee afspraken om uw operatie voor te bereiden:

  • Uw operatiedatum wordt gepland door de afdeling operatieplanning. De datum hangt mede af van de wachtlijst. De operatieplanner geeft de datum schriftelijk aan u door, meestal enkele weken voor de operatie.
  • Een belafspraak met de verpleegkundige: deze geeft informatie over de opname en eventuele nazorg.

Uw operatiedatum wordt gepland door de afdeling operatieplanning. De datum hangt mede af van de wachtlijst. De operatieplanner geeft de datum schriftelijk aan u door, meestal enkele weken voor de operatie.

Als na de voorbereidende gesprekken uw gezondheid of medicijnen veranderen, wilt u dit dan voor opname doorgeven aan de operatieplanning? Dit geldt ook als u één of meerdere wondjes heeft, ziek bent of een infectie heeft.

Voorbereidingen voor opname

Wanneer u de datum van uw operatie weet, is het goed om thuis alvast enkele zaken voor te bereiden vóór uw opname.

Stoppen met roken

Stoppen met roken is voor alle operaties aan te raden. Het verlaagt de kans op wond- en botgenezingsstoornissen en daarmee ook de kans op een infectie. Het beste effect bereikt u als u twee tot drie maanden voor de ingreep stopt.

Welke hulpmiddelen heeft u nodig?

  • Ruimzittende bovenkleding, met gemakkelijke sluiting.

 Zorg verder voor:

  • geen losse kleedjes op de vloeren;
  • een antislipmat in uw badkamer;
  • eventuele hulp in de huishouding en bij boodschappen doen;
  • eventueel maaltijdvoorziening.

Na de operatie moet u veel alledaagse handelingen (zoals aan- en uitkleden, toiletgang, eten klaarmaken) met één hand uitvoeren. Het is aan te raden dit al voor de operatie te oefenen.

Gebruik geen huidlotion of crèmes

Vanaf de dag vóór de operatie mag u geen huidlotion of crèmes meer gebruiken. Ook mogen de nagels niet gelakt zijn. Dit vanwege de desinfectans die op de operatiekamer wordt aangebracht.

De dag van de operatie

  • Op de dag van uw operatie komt u ‘s ochtends naar het Orthopedisch Centrum.
  • U komt nuchter (zie voor verdere uitleg de folder Anesthesie).
  • Nadat u op de afdeling bent opgevangen, krijgt u een kort opnamegesprek met de verpleegkundige. Zij geeft u een naambandje om met uw naam en geboortedatum.
  • Zodra de operatiekamer belt dat u mag komen, begeleidt een service-assistent u naar een kleedruimte. Hier trekt u een operatiejas aan. Sieraden, bril, lenzen en een eventuele gebitsprothese moet u uitdoen. Gehoortoestellen kunt u inhouden. Uw kleding en persoonlijke bezittingen worden opgeruimd in een af te sluiten locker. Laat zoveel mogelijk spullen thuis.
  • U gaat lopend naar de voorbereidingskamer (holding) voor de operatie. Hier wordt u ontvangen en voorbereid voor de operatie. Daarna wordt u in een bed naar de operatiekamer gebracht.

Hoe gaat de operatie?

Voorafgaand aan de operatie krijgt u via het infuus antibiotica om de kans op infectie zo klein mogelijk te maken. Voor de operatie start krijgt u een prik in uw hals, waardoor de arm wordt verdoofd (zenuwblokkade). Ook gaat u onder algehele narcose. De operatie start zodra u slaapt.

  • Uw schouder wordt met steriele doeken afgedekt en de arts kijkt via een kleine camera in uw schouder.
  • Via 3 of 4 steekgaatjes van elk ongeveer één centimeter werkt de orthopedisch chirurg in uw schouder met de instrumenten.
  • Eerst wordt het weefsel losgemaakt van het kommetje van het schoudergewricht.
  • Daarna wordt de beschadigde kraakbeenring (het labrum) met het bijbehorende kapsel weer aangehecht op het bot van de schouderkom.
  • Het vastzetten gebeurt met behulp van hechtingen en botankers, een soort plugjes. Deze blijven in het bot zitten en lossen niet op. U voelt hier niets van.
  • Na de operatie wordt u wakker met uw arm in een immobilizer (mitella).
  • De operatie duurt ongeveer anderhalf uur.

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Hier blijft u ongeveer een uur, waarna u teruggaat naar de afdeling. U heeft na de operatie een infuus en eventueel zuurstof via een slangetje.

  • Net als tijdens de operatie, controleren we op de verpleegafdeling regelmatig uw bloeddruk, polsslag, ademhaling, temperatuur, urineproductie, wondjes en de mate van pijn.
  • De orthopedisch chirurg komt op de uitslaapkamer of ‘s middags op de afdeling bij u langs om te vertellen hoe de operatie is gegaan.
  • De fysiotherapeut komt op de afdeling langs om het bewegen met u te oefenen.
  • Het gevoel in uw arm komt meestal binnen 24 uur na de operatie terug. U krijgt dan pijnstillers om de pijn onder controle te houden.
  • Reken erop dat u één nacht in het ziekenhuis blijft na de operatie.

Medicatie

Neem tijdens de opname nooit eigen medicijnen in zonder dit eerst te overleggen met de verpleegkundige. Zo nodig krijgt u van ons de medicatie die u thuis gebruikte.

Pijnstilling

U krijgt medicijnen tegen de pijn, ook voor thuis, na de operatie. U wordt hierover verder  geïnformeerd op de poli anesthesie.

Misselijkheid

Laat het de verpleegkundige weten als u misselijk bent na de operatie. U kunt hier medicijnen tegen krijgen.

Nabehandeling

Het duurt zes weken voordat de kraakbeenring weer is vastgegroeid aan het bot. Tot die tijd mag er geen spanning op komen te staan. Uw fysiotherapeut geeft u hier meer informatie over. Houd rekening met een revalidatieperiode van ten minste zes tot negen maanden. Onderstaand is een richtlijn voor het herstel in de eerste maanden.

0-2 weken

  • U krijgt een recept voor pijnstilling mee bij ontslag.
  • Draag de immobilizer dag en nacht. Het is belangrijk dat de hand hoger hangt dan de elleboog.
  • Haal de arm ongeveer vijf keer per dag uit de immobilizer om de elleboog te strekken en pendeloefeningen te doen. Deze worden tijdens de opname aan u uitgelegd. U krijgt deze ook mee op papier. Beweeg de hand en pols regelmatig, dit stimuleert de bloedsomloop.
  • U kunt alvast een afspraak maken bij een fysiotherapeut buiten het ziekenhuis.
  • Houd de wondjes twee dagen droog. Daarna mag u douchen, dep de wondjes dan droog. U kunt ze daarna bedekken met een pleister. Ga de eerste drie weken niet in bad, dit kan de wondjes week maken.

2-6  weken

  • Bij de wondcontrole twee weken na de operatie worden de hechtingen verwijderd.
  • U start daarna met het bewegen van de arm. Op de verwijzing uit het ziekenhuis staat hoeveel u uw arm mag bewegen.
  • Tijdens het bewegen blijft u binnen de pijngrens. Dit betekent dat het bewegen geen pijn mag doen.
  • Tussen de oefeningen door draagt u de immobilizer.

6-12 weken

  • Bij controle zes weken na de operatie, beoordelen wij de beweeglijkheid van uw schouder. 
  • U mag de immobilizer vanaf nu aflaten, en de beweging verder opbouwen. Pijn blijft daarbij de grens.
  • In deze periode kunt u ook weer starten met fietsen en autorijden.

Vanaf week 13

  • Bij controle op twaalf weken na de operatie, beoordelen wij opnieuw de beweging van uw schouder. 
  • U gaat verder met het opbouwen van beweging en kracht onder leiding van uw fysiotherapeut.
  • Na vijf maanden mag u uw sporten in principe weer hervatten. Dit gaat in overleg met uw fysiotherapeut.
  • Ongeveer zes maanden na de operatie is meestal de laatste controle.

Complicaties

Bij iedere operatie kunnen complicaties optreden. De kans hierop is klein. Toch is het wel van belang dat u hier vooraf van op de hoogte bent.

De meest voorkomende complicaties na een Bankart repair zijn:

  • Nabloeding;
  • Wondinfectie;
  • Een tijdelijk stijve, pijnlijke schouder door een steriele ontsteking van het gewrichtskapsel. Dit herstelt vanzelf;
  • Het kan zijn dat de schouder na verloop van tijd toch weer uit de kom gaat;
  • Zenuwbeschadiging.

Aandachtspunten na ontslag

U neemt contact met ons op:

  • Als de pijn verandert van plaats, ernst of karakter
  • Bij tekenen van infectie: (toename van) wondlekkage of zwelling, aanhoudend kloppend gevoel of roodheid
  • Bij koorts (boven 38,5 ºC).
  • Tijdens kantooruren neemt u contact op met het Orthopedisch Centrum, telefoonnummer 079-206 5500.
  • Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de afdeling, telefoonnummer 079-206 5600.
  • Algemeen nummer van het Reinier Haga Orthopedisch Centrum: 079-206 5500

Vragen?

Heeft u na het lezen van bovenstaande informatie nog vragen? Neem dan contact op via telefoonnummer: 079-206 5500.

Print deze folder

Contact

Let op

U kunt alleen bij ons Orthopedisch Centrum terecht met een doorverwijzing van uw huisarts of specialist.