Uw beweging, is onze zorg

Patiënteninformatie

Vastzetten middenvoet (Lisfranc artrodese)

Inhoud

Inleiding

In samenspraak met de orthopedisch chirurg is besloten één of meerdere gewricht(en) in de middenvoet vast te zetten. In deze folder vindt u de belangrijkste informatie over de operatie, de voorbereidingen en het herstel erna. Heeft u nog vragen na het lezen van deze folder? Stel deze dan gerust aan uw behandelend arts of verpleegkundige.

 

Wat is een Lisfranc artrodese?

Het Lisfranc complex bestaat uit vijf gewrichten op rij tussen de voetwortelbeentjes en de middenvoetsbeentjes (zogenaamde TMT gewrichten). Artrodese betekent het vastzetten van een gewricht. Bij een Lisfranc artrodese worden meestal de 1e, 2e en soms 3e TMT gewrichten vastgezet. Deze gewrichten zijn onderdeel van het voetgewelf. Het zijn stugge gewrichten met weinig beweeglijkheid.

 

Het Lisfranc complex bestaat uit 5 gewrichten op rij tussen de voetwortelbeentjes en de middenvoetsbeentjes, de TMT gewrichten (rode lijn). Bij een Lisfranc artrodese worden meestal de 1e, 2e en soms 3e TMT gewrichten vastgezet (rode lijn binnen het groene vak).

Waarom een Lisfranc artrodese?

De belangrijkste reden voor de operatie is het verhelpen van pijnklachten vanuit de gewrichten in de middenvoet. Dit wordt vaak veroorzaakt door slijtage (artrose) van deze gewrichten. Vaak is de oorzaak voor ontstaan van artrose niet duidelijk, soms is er sprake van reuma of een oude botbreuk waardoor slijtage ontstaat. Ook (ernstige) standsafwijkingen kunnen pijn en/of slijtage veroorzaken, bijvoorbeeld bij een ernstige platvoet. Ook bij een forse scheefstand van de grote teen (hallux valgus) kan een Lisfranc artrodese gepland worden. Na de operatie kunnen de gewrichten in die zijn vastgezet niet meer bewegen. Dat klinkt ingrijpend, maar de normale beweeglijkheid van deze gewrichten was al klein. De beweeglijkheid in de enkel, achtervoet en buitenzijde van de voetrug blijft aanwezig. Hiermee kunt u goed lopen.

De operatie wordt ingepland

Na uw gesprek met de orthopeed krijgt u twee afspraken om uw operatie voor te bereiden:

  • Een afspraak met de anesthesioloog: Deze bespreekt uw algehele gezondheid en de verdoving tijdens de operatie. U vult vooraf een vragenlijst in over uw medische voorgeschiedenis. Indien u medicatie gebruikt, krijgt u op de poli anesthesie te horen welke medicijnen u wel of niet thuis in mag nemen voor de operatie. Deze afspraak duurt ongeveer 45 minuten.
  • Een belafspraak met de verpleegkundige: Deze geeft informatie over de operatie, opname, benodigde hulpmiddelen en eventuele nazorg.

Uw operatiedatum wordt gepland door de afdeling operatieplanning. De operatiedatum hangt mede af van de wachtlijst. De operatieplanner geeft de operatiedatum schriftelijk aan u door, meestal enkele weken voor de operatie.

Als na de voorbereidende gesprekken uw gezondheid of medicijnen veranderen, wilt u dit dan voor opname doorgeven aan de operatieplanning. Dit geldt ook als u één of meerdere wondjes heeft, ziek bent of een infectie heeft.

Voorbereidingen voor opname

Wanneer u de datum van uw operatie weet, is het goed om thuis alvast enkele zaken voor te bereiden vóór uw opname.

Welke hulpmiddelen heeft u nodig?

  • Twee elleboogkrukken (neem deze krukken mee naar het Orthopedisch Centrum).
  • Indien u niet met krukken kunt lopen, zorg dan voor een looprek voor in huis en een rolstoel buitenshuis.
  • Een losse stoel om onder de douche te zetten.
  • Een douchezak om het onderbeengips droog te houden.

Het is raadzaam om deze hulpmiddelen een week voor uw opname te regelen. Dit kan bij een thuiszorgwinkel bij u in de buurt.

Zorg verder voor:

  • een gemakkelijke stoel met twee leuningen,
  • een voetenbank, zodat u met het geopereerde been omhoog kunt zitten,
  • geen losse kleedjes op de vloeren,
  • een antislipmat in uw badkamer,
  • eventuele hulp in de huishouding en bij boodschappen doen,
  • eventueel maaltijdvoorziening.

Indien u een trap naar uw slaapkamer heeft – en u niet onbelast op de billen, op één been of met krukken de trap op/af kan gaan – is het raadzaam om beneden een bed neer te zetten.

Als u thuis extra hulp nodig denkt te hebben, kunt u dit bij uw belafspraak met de verpleegkundige aangeven. De verpleegkundige op de afdeling dient dan een aanvraag in voor nazorg bij de zogenaamde transferverpleegkundige.

Gebruik geen huidlotion of crèmes

Vanaf de dag vóór de operatie mag u geen huidlotion of crèmes meer gebruiken. Ook mogen de nagels niet gelakt zijn. Dit vanwege de desinfectans die op de operatiekamer wordt aangebracht.

De dag van de operatie

Op de dag van uw operatie komt u ‘s ochtends naar het Orthopedisch Centrum. U komt nuchter (zie voor verdere uitleg de folder Anesthesie).

Nadat u op de afdeling bent opgevangen, krijgt u kort een opnamegesprek met een verpleegkundige. Zij geeft u een naambandje om met uw naam en geboortedatum. Zodra de operatiekamer belt dat u mag komen, begeleidt een service-assistent u naar een omkleedruimte. Hier kunt u zich omkleden in een operatiejas. Ook krijgt u hier ‘antislip’ sokken.

Sieraden, bril, lenzen en gebitsprothese moet u uitdoen. Gehoortoestellen kunt u inhouden. Uw kleding en persoonlijke bezittingen worden opgeruimd in een af te sluiten locker. Laat zoveel mogelijk spullen thuis.

U gaat lopend naar de voorbereidingskamer (holding) voor de operatie. Hier wordt u ontvangen en voorbereid voor de operatie. Daarna wordt u in een bed naar de operatiekamer gebracht.

Hoe verloopt de operatie?

  • De orthopedisch chirurg maakt een of meerdere huidsnedes bovenop de voet.
  • Kraakbeenresten worden uit de TMT gewrichten verwijderd en vervolgens worden de gewrichten vastgezet met enkele schroeven of eventueel een plaatje.
  • De huid wordt gehecht met oplosbare hechtingen. Er wordt een onderbeengips aangelegd.
  • De operatie duurt ongeveer anderhalf uur (90 minuten).

Voor de operatie.                                                           Na de operatie:

Het Lisfranc gewricht (in dit geval het eerste en tweede TMT gewricht) is vastgezet met schroeven.

Na de operatie

  • Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Hier blijft u ongeveer een uur, waarna u teruggaat naar de afdeling. U heeft na de operatie een infuus, eventueel een blaaskatheter en eventueel zuurstof via een slangetje,
  • Net als tijdens de operatie, controleren we op de verpleegafdeling regelmatig uw bloeddruk, polsslag, ademhaling, temperatuur, urineproductie, wond en de mate van pijn,
  • De orthopedisch chirurg komt op de uitslaapkamer of ‘s middags op de afdeling bij u langs om te vertellen hoe de operatie is gegaan,
  • De fysiotherapeut komt op de afdeling langs om het mobiliseren met u te oefenen,
  • Voor ontslag wordt een röntgenfoto gemaakt,
  • Reken erop dat u één nacht in het ziekenhuis blijft na de operatie.

Nabehandeling

De eerste twee weken na de operatie, mag u het been niet belasten. Om trombose te voorkomen moet u eenmaal per dag fraxiparine bij uzelf toedienen om trombose te voorkomen. De verpleegkundige legt u uit hoe u dit zelf kunt doen. Indien u al bepaalde bloedverdunners gebruikt, is fraxiparine niet altijd noodzakelijk. Wij zoeken dit voor u uit.

De eerste twee weken

  • U krijgt een recept pijnstilling en fraxiparine mee bij ontslag.
  • U heeft een onderbeengips (van onder de knie tot aan de tenen).
  • Leg met name de eerste dagen de voet regelmatig goed hoog, dit voorkomt zwelling en pijn.
  • Beweeg de tenen regelmatig, dit stimuleert de bloedsomloop.
  • U mag het been niet belasten, dus krukken, looprek of rolstoel zijn noodzakelijk.
  • Fysiotherapie is thuis niet noodzakelijk.

Twee tot acht weken

  • Bij de wondcontrole twee weken na de operatie, krijgt een nieuw onderbeengips van kunststof.
  • U mag het been gaan belasten. Krukken zijn niet noodzakelijk maar vaak wel prettig.
  • Zodra u het been gaat belasten in gips, mag u stoppen met de anti-trombose (fraxiparine) prikjes, tenzij u een verhoogd risico op trombose heeft. De arts informeert u hierover.

Acht tot veertien weken

  • Acht weken na de operatie wordt een röntgenfoto gemaakt en wordt het gips op de gipskamer verwijderd. De foto wordt beoordeeld door een arts. Als er sprake is van voldoende botgenezing, mag u de voet volledig belasten in uw eigen schoen. Een stevige schoen geeft goede ondersteuning en loopt vaak het meest prettig.
  • Krukken zijn niet noodzakelijk, maar kunnen de eerste dagen wel prettig zijn.
  • Door het belasten kan de voet soms dik worden, neem dan rust en leg de voet goed hoog.
  • Door de gipsbehandeling is de voet en enkel stijf, daarom krijgt u oefeningen mee die u dagelijks kunt doen. Eventueel kunt u ook een afspraak maken bij de fysiotherapeut voor begeleiding.
  • Na veertien weken komt u voor de eindcontrole bij de orthopedisch chirurg. Een röntgenfoto is hierbij niet nodig.

Voorbeeld van een onderbeengips

Medicatie

Neem tijdens de opname nooit eigen medicijnen in zonder dit eerst te overleggen met de verpleegkundige. Zo nodig krijgt u van ons de medicatie die u thuis gebruikte.

Pijnstilling

U krijgt medicijnen tegen de pijn, ook voor thuis, na de operatie. U wordt hierover geïnformeerd op de poli anesthesie.

Misselijkheid

Laat het de verpleegkundige weten als u misselijk bent na de operatie. U kunt hier medicijnen tegen krijgen.

Complicaties

Bij iedere operatie kunnen complicaties optreden. De kans hierop is klein, maar het is wel belangrijk dat u hier vooraf van op de hoogte bent. In geval van suikerziekte of hart- en vaatziekten is de kans op complicaties groter.

De meest voorkomende complicaties bij een Lisfranc artrodese zijn:

  • Nabloeding,
  • Wondgenezingsstoornis,
  • Wondinfectie,
  • Het bot groeit niet (of langzamer dan verwacht) aan elkaar.

Indien u rookt adviseren wij u nadrukkelijk om hier ten minste 6 weken voor de operatie tot 12 weken na de operatie mee te stoppen. Roken heeft een nadelig effect op wond- en botgenezing.

 

Aandachtspunten na ontslag

Bij (toename van) wondlekkage, forse zwelling, hevige pijn, een aanhoudend kloppend gevoel, tintelingen in de voet/tenen of koorts (boven 38,5 ºC), neemt u contact op met:

  • Tijdens kantooruren: de polikliniek verpleegkundige van het Orthopedisch Centrum, telefoonnummer 079-206 5582.
  • Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de afdeling, telefoonnummer 079-206 5600.
  • Algemeen nummer van het Reinier Haga Orthopedisch Centrum: 079-206 5500

 

Vragen?

Heeft u na het lezen van bovenstaande informatie nog vragen? Dan kunt u contact opnemen met de polikliniek verpleegkundige. Telefoonnummer: 079-206 5582

Print deze folder

Contact

Let op

U kunt alleen bij ons Orthopedisch Centrum terecht met een doorverwijzing van uw huisarts of specialist.